Onlangs publiceerde De Tijd onderstaand artikel over de virtuele vertegenwoordiging van de kmo's in ons land, waarvan wij voor u graag even de hoogtepunten citeren:

"Het is een vreemde paradox. Consumenten en ondernemers googelen erop los. Maar als het erop aankomt om zich met een eigen website te presenteren op het internet schitteren veel kmo’s door hun afwezigheid. En laten ze zo behoorlijk wat kansen liggen.

‘De grote kloof’. Het was de titel van een onderzoek rond internetgebruik dat het Amerikaanse Web-Visible, een specialist in internetreclame, en marktonderzoeker Nielsen presenteerden. De resultaten waren opvallend. Zo bleek het internet voor bijna twee op de drie respondenten de eerste plek om informatie te vinden over bedrijven. Ze bleken dan voornamelijk naar lokale ondernemingen te zoeken, zoals bijvoorbeeld restaurants, recreatieve plaatsen, loodgieters en boekhoudkantoren. Maar terwijl het internet de belangrijkste bron voor informatie bleek voor dergelijke handelszaken had slechts 44 procent van die kleine ondernemingen een eigen website. Waardoor ze behoorlijk wat kansen laten liggen. ‘Want de kans is groot dat een gelijkaardige zaak met een sterkere webaanwezigheid er zo een klant bij krijgt’, concludeerden de onderzoekers.

BELGIE
In ons land lijkt dat niet anders.
Uit recent onderzoek van de ondernemersorganisatie Unizo blijkt bijvoorbeeld dat bijna drie op de vier kmo’s, zowel de grotere als de kleintjes, regelmatig online iets aankopen of bestellen. Toch biedt slechts één op de vijf via het internet ook effectief zelf goederen of diensten te koop aan. Het aantal bedrijven dat ook echt online betalingsmogelijkheden biedt, is bovendien nog veel beperkter. Voorts blijkt er ook een groot verschil tussen de sectoren in ons land. ‘In de distributie-, productie- en dienstensector beschikken de meeste ondernemingen over een eigen website’, weet Antoon Schockaert van de Unizo-studiedienst. ‘Maar bij bouwbedrijven en vrije beroepen is dat dan weer een minderheid.’ Toch lijkt vooral de grootte van de kmo een doorslaggevende factor. Terwijl zowat 80 procent van de Vlaamse ondernemingen met twintig werknemers of meer een website heeft, blinken de kleintjes vaak uit in afwezigheid. Bij kmo's met minder dan vijf werknemers beschikt volgens Unizo minder dan de helft over een eigen site.

TREND
Er zijn diverse redenen waarom bedrijven het actieve gebruik van internet en een eigen website, en de bijbehorende onlinemarketing via Google Adwords of e-mail, nog links laten liggen. Redenen die overigens al jaren opduiken. Kleine kmo’s vinden het allemaal nog te duur en te tijdrovend, vermits ze druk bezig zijn met hun kernactiviteit. Ook lijkt zo’n site hen eerder complex en menen ze dat het hen te weinig oplevert. Bij veel kleine kmo’s situeert het afzetgebied zich namelijk onder de spreekwoordelijke kerktoren, waardoor ze weinig boodschap hebben aan een wereldwijd netwerk als internet. Diverse cijfers en studies spreken alvast dit laatste argument tegen. Sommige kmo-bedrijfsleiders blijven beweren dat hun publiek geen gebruikmaakt van het internet, maar dat blijkt in realiteit dus steeds minder het geval. ‘Bijna twee op de drie Belgische gezinnen beschikt over een internetaansluiting. Consumenten informeren zich meer en meer via internet over geplande aankopen. Die trend kan niet meer worden teruggeschroefd’, beseft Schockaert. Voor kmo’s is er op dit vlak, volgens hem, dan ook nog een enorm groeipotentieel. ‘Een website als etalageruimte, ondersteund door onlinemarketing, is een zeer geschikt middel om potentiële klanten aan te trekken’, meent hij. ‘Het belang van een plaatsje op internet zal ook voor de kleinere ondernemingen alleen maar toenemen.’

PRIJS
Vaak is ook de prijs een hinderpaal, zeker in tijden van crisis waarin kmo’s op de kleintjes letten. Ook al is een website, in vergelijking met andere communicatiekanalen zoals traditioneel drukwerk, meestal niet buitensporig duur.‘ Een degelijke professionele site kost 2.000 tot 5.000 euro’, schat Marc Mestdagh, de voorzitter van Feweb, de federatie van webontwikkelaars in ons land. Factoren die volgens hem de prijs beïnvloeden zijn de omvang van de inhoud en de taalversies. Ook het fotomateriaal, de copywritingkosten en de mate van eigen inbreng van de klant spelen een rol. Net als de technische impact. Als sites worden gekoppeld aan een databank, bijvoorbeeld voor  en onlinecatalogus van producten, lopen de kosten soms wel hoger op. In die prijsvork zit ook de software voor het updaten van de site inbegrepen, een content-managementsysteem in het jargon. Dat updaten wordt nogal eens onderschat, vooral qua werkkracht. Veel ondernemers zijn van mening dat zodra de website klaar is, het meeste werk ook is afgelopen. Uit cijfers van Unizo blijkt bijvoorbeeld dat slechts één op de drie bedrijven regelmatig extra actuele informatie op de website te publiceert. ‘Maar de prijzen van content-managementsystemen zijn intussen democratisch geworden en steeds meer op maat van de kmo’, weet Mestdagh.

GEBRUIKSGEMAK
De technologische evolutie biedt ook een antwoord op dat andere traditionele bezwaar van bedrijven: de complexiteit. Die neemt namelijk af. ‘Terwijl men tien jaar geleden nog een halve informaticus moest zijn om een site te onderhouden, baten intussen veel Belgen hun eigen blog uit. Het gebruiksgemak is geweldig toegenomen.’ Toch moeten ook de internet- en de IT-sector hier de hand in eigen boezem steken. ‘Veel webbouwers verkopen een site nog te veel als een technisch product en te weinig als een instrument voor de bedrijfscommunicatie van hun klant’, oordeelt Marc Mestdagh van Feweb. Zelf is Mestdagh er voorstander van dat de webontwikkelaar een totaaloplossing biedt en daarbij zelf de technische kwesties opvangt. Al beseft hij wel dat de klant daarvoor voldoende vertrouwen in de leverancier moet kunnen hebben. En wil vertrouwen nu net iets zijn dat dezer dagen een duur goed blijkt."

bron: De Tijd